#01984 Parels voor de Zwijnen

In tijden van crisis zullen de hele groten moeten opstaan om het overzicht te bewaren. Die studie journalistiek was me ooit net iets te lastig. Voor mezelf heb ik altijd het excuus gebruikt dat ik er heilig in geloof dat een eigenzinnige blik niet aan te leren valt. Nu, zoveel jaren later, moet ik daar ook maar eens werk van maken, voordat het te laat is. Vandaar hierbij nog wat parels voor de zwijnen. Totdat er een vaccin is.

Parels van dubieus gebroken wit voor de zwijnen die nog voer met stikstof durven te verorberen. Parels voor de vadsige zwijnen die net als iedereen bang zijn, maar dan slechts voor bange mensen die hen ieder lolletje lijken te willen ontnemen. Voor de veiligheid. Voor het gemak. Totdat er een vaccin is.

Jongstleden augustus de veertiende zochten mijn goede vriend en huisgenoot Thijs en ik onze paspoorten bij elkaar. Daarna gooiden we wat hempjes, een zwembroek en van die korte sokjes in een koffer. Ik rookte nog twee peuken op het balkon in de wetenschap dat het wel eens de laatsten aldaar mochten zijn.

Het zwarte mondkapje dat Thijs als statement aan de deurklink van mijn kamer had gehangen wierp ik met een olijke zwaai in het zijvakje van mijn tas, zo in mijn sas van Adidas. We namen de lift drie verdiepingen naar beneden in onze flat aan de rand van het Rembrandtpark (1,5 meter afstand houden, bij gladheid wordt niet gestrooid, snorfietsen verboden, fietsers afstappen en gebruik maken van het voetpad, blauwalg gesignaleerd, barbecue verboden, honden aan de lijn, let op eikenprocessierups) en ik draaide de sleutel in de Mitsubishi van begin deze eeuw die ik onlangs voor een zorgvuldig ontsmette euro van een lieve oom en tante had weten over te nemen. Voorlopig wisten we de weg wel: Hengelo, bakkie pleur, tank vol net over de grens, doortrappen naar Berlijn.

Nog niemand wist waar deze reis eindigen zou. Zoals niemand nog maar enig idee heeft wat de toekomst ons brengen zal, gingen we vol goede moed het avontuur tegemoet. Totdat er een vaccin is.