#01987 Boodschappenbezorger

Het had nogal wat voeten in de aarde gehad, maar op de eerste dag van februari was mijn remigratie vanuit Catalonië dan eindelijk voltooid. Na een korte carrière als glazenhaler op verscheidene superspreadevents in mijn machtige prachtige Brabantse land, streek ik begin april neer in onze hoofdstad.

Ik was inmiddels reeds aangenomen bij een rooftopbar van een hotel met dikke beats, uitdagende cocktails en spectaculaire views op slechts honderd meter afstand van mijn nieuwe thuis, maar helaas gooide het Virus roet in het eten. De lockdown was op ons neergedaald, doch ik kon niet anders dan doorpakken.

Zodoende ging ik aan de slag als bezorger van boodschappen voor de Albert Heijn. De eerste weken reed ik door verlaten straten, werd ik door de spaarzame voetgangers prompt een held genoemd en kon ik elke dag weer rekenen op een aardige fooi. Na enkele versoepelingen werd ik steeds vaker geconfronteerd met fietsers in de dode hoek, maakte ik kennis met de originele Amsterdamse taal en kwam ik regelmatig voor een dichte deur te staan.

Ik kan nog wel eens onrustig worden en door het gebrek aan airco zullen voorbijgangers waarschijnlijk vaak gedacht hebben dat er een totaal doorgedraaide maniak achter het stuur zat. Het is voor mij echter een uiterst geschikt baantje, omdat ik alle frustraties meteen ongeremd kan ventileren en eigenlijk nooit de mogelijkheid heb om er de brui aan te geven. Je moet gewoon altijd weer door naar de volgende klant, en uiteindelijk zul je er linksom of rechtsom altijd weer komen.

Toch kon ik na een paar maanden deze vakantie goed gebruiken. Even lekker een roadtrip, even weg van hier, even de boel de boel, even kijken wat er gebeurt.

Dat onze derde huisgenoot net voor ons vertrek meldde dat hij al een tijdje licht verkouden was en gehoor ging geven aan zijn baas die geopperd had om op deze dag een test te laten doen, gaf het hele avontuur nog een extra dimensie. Ik had hem met een gestrekt vingertje op het hart gedrukt om in het geval van een positieve uitslag mijn naam niet te laten vallen bij de GGD.

De poort van de garage ging als altijd na het scannen van de pas met enig gepiep en gekraak omhoog. Ik gaf een spet met gas en een kraakhelderblauwe hemel kwam ons tegemoet. We zouden ongetwijfeld vaak afwisselen. Ik reed in ieder geval het eerste stuk, in de hoop dat Thijs zou begrijpen hoe je een Mitsubishi Space Star de baas bent en bij welk toerental je het beste schakelen kunt.

We waren Amersfoort net voorbij, al tegen Apeldoorn aan, toen ik maar besloot om gedurende de rest van onze reis hardop te denken.