#01998 Aan het Duitse Volk

Op het grote grasveld voor de Rijksdag was een protest gaande. Enkele honderden personen hadden de moeite genomen om hier naartoe te komen om hun onvrede over de coronamaatregelen te uiten. Boven de kleine menigte wapperden meerdere vlaggen met horizontale banen in de kleuren zwart, wit en rood. De mensen hadden nauwelijks oog voor de spreker op het podium voor hen. Het leek ze nuttiger om op een fluitje te blazen, bordjes omhoog te houden met allerhande teksten in blokletters en boe te roepen naar de agenten aan de zijkant.

We vermeden de ergste drukte en liepen in de luwte kriskras door wat groepjes die iets verder naar achteren rustig op de grond zaten. Ik was er na vijf jaren Barcelona wel aan gewend geraakt om ontevreden burgers te aanschouwen die zwaaien met vlaggen en schreeuwen om vrijheid en democratie dan wel revolutie. In Berlijn had ik dit echter nog niet eerder gezien. Het kan ook zijn dat ik er destijds nog geen oog voor had.

Over de koppen heen keek ik tussen de borden en vlaggen door naar het imposante gebouw, met daarop in kapitalen: DEM DEUTSCHEN VOLKE

‘Ha, typisch’, dacht ik hardop.

‘Wat?’ vroeg Thijs.

‘Dat ze het datief hebben verkozen boven het genitief.’

Plots kwam er van achteren een man tussen ons door lopen die zichzelf overduidelijk als lijdend voorwerp wenste te profileren. Hij had een oranje hoedje op met een propeller aan de bovenkant, een geel T-shirt aan van het biermerk Corona en groene schmink op het gezicht om zijn standpunten kracht bij te zetten. ‘FREIHEIT!’ was de boodschap die hij na elke hijs van zijn sjekkie steeds weer vanuit zijn verste longblaasjes over de menigte blies. Ik voelde een beetje spuug tegen mijn linkeroor.

‘Jezus wat een gekkies allemaal’, zei Thijs, om daarna mij aan te kijken alsof hij voor eens en voor altijd een discussie had beslecht.

‘Tsja, zo zie je maar dat je gewoon je intuïtie moet blijven volgen, in plaats van mee te huilen met alle in schaapskleren gehulde wolven in het bos.’

‘Je gaat me toch niet zeggen dat je deze mensen serieus neemt?’

‘Ik neem het volk altijd serieus. Ik zou niet weten wie anders. Ook al zouden dit allemaal gekkies zijn, houd er dan voortaan maar rekening mee dat er heel veel gekkies zijn, voordat je weer een nieuw blik met maatregelen opentrekt. Het zijn er veel en als we zo doorgaan zullen het er steeds meer worden.’

Om mijn volgende zin kracht bij te zetten besloot ik scheel te kijken, mijn tong rechts voor mijn onderkaak tegen de binnenkant van mijn wang te steken en mezelf met de palm van mijn linkerhand tegen het gezicht te slaan, dit alles ondersteund door het vermoedelijke geluid dat een hitsig pubertje met het syndroom van Down maakt als hij voor het eerst goede Tsjechische porno ziet.

‘Kijk hier dan: je bent er met één op vakantie man!’

‘Hans, doe even normaal.’

‘Ik zal mijn best doen. Omdat je het zo lief vraagt. Maar ik kan niet beloven hoe lang ik dat nog vol kan houden. Je denkt nu misschien nog dat hier alleen maar een paar gekkies lopen en dat ik ook slechts een uitzondering op de steeds onoverzichtelijkere brei van regels ben, maar ik voorspel je dat hier over een week of twee al een miljoen mensen bijeenkomen. Maar goed, dat zul jij waarschijnlijk niet eens meekrijgen omdat er op het nieuws slechts gesproken zal worden van een paar honderd tokkies, die ondanks alle overduidelijk noodzakelijke maatregelen zo gek waren om elkaar toch op te zoeken.’

‘Ik geloof er niks van.’

‘We gaan het zien. Of ik in ieder geval wel. Je ziet de mensen hier nu al zwaaien met vlaggen van een keizerrijk dat niemand ooit heeft meegemaakt. Als ze merken dat dit geen indruk maakt, dan zullen ze binnenkort gaan kijken of ze in de onderste la misschien nog meer oude vlaggen hebben bewaard. Het klinkt misschien als een dreigement, maar ik constateer alleen maar:

Als we nu niet naar deze mensen luisteren, dan gaan ze straks op hele rare partijen stemmen. En ik begrijp ze volledig. Oog om oog, tand om tand.

Je kunt het volk niet blijven verbieden om samen te leven en ze daar na een tijdje bovenop nog een gigantische recessie voor de kiezen geven. Als je ze alles dat leuk is nu verbiedt en je geeft ze ook niets meer om naar uit te kijken, dan gaan ze domme dingen doen vanzelf als de slimste uitweg zien, omdat het de laatste is.

We hebben nu al bijna vier jaar lang met verbijstering gekeken naar de grote leider aan de andere kant van de oceaan. Ik moet toegeven dat ik er tot voor kort ook met mijn pet niet bij kon hoe de meerderheid daar ooit zo’n figuur aan de macht wilde, maar inmiddels is het me zonneklaar.

Het is de totale gekte van de woke society, die eenzijdige solidariteit blijft eisen alsof het een grondrecht is en van geen ophouden lijkt te willen weten voordat we in een wereld leven waarin alle besmettingen, feesten, grappen en blanke mannen voorgoed zijn afgeschaft en de woorden verrassing, nachtleven en avontuur definitief uit het vocabulaire zijn verdwenen. Voor de veiligheid. Want jij wil toch niemand kwetsen zeker? Want jij wil toch niemand ziek maken zeker? Want jij wil toch geen racist zijn zeker? Want jij neemt vrouwen toch zeker wel serieus? Jij gaat mij toch zeker niet in gevaar brengen?

Deze gevaarlijke hype is nu pas echt naar Europa overgewaaid, maar was in Amerika natuurlijk al wat langer aan de gang. Het volk had er blijkbaar schoon genoeg van en besloot dan maar te stemmen op iemand die niet eens meer een poging waagt om niet als een klootzak over te komen. Liever een tijdje een nare sfeer dan de sfeer voorgoed volledig afschaffen, moeten ze hebben gedacht.

Dus Thijs, zeg het maar welke kant je op wil. Dit pad loopt in ieder geval dood.’

‘Hij had helemaal geen meerderheid.’

‘Fake news.’