#02004 In de Matrix

De trein minderde vaart en begon voor de laatste maal te piepen en te kraken. Ik stond reeds een poosje bij de deur te wachten en hield het knopje alvast ingedrukt. De deur zou echter pas opengaan als we eerst helemaal tot stilstand waren gekomen. Of andersom.

Ruim zeven magere jaren geleden was station Warschauerstraße mijn thuis. Ik woonde iets verderop aan de Petersburgerstraße, om de hoek bij de eindeloze stalinblokken van beton, die des nachts prachtige paleizen voor de trotse arbeiders lijken en overdag steriele celblokken voor het klootjesvolk blijken. Of andersom.

Onze tochten eindigden meestal hier, in de Matrix. Na vier of vijf kroegen in Mitte nam ik de hele bups losgeslagen jongeren mee de trein in en dropte ze af in deze discotheek onder het spoor. Daar dronk ik nog even de twee halveliters van het huis weg en ging ik nog één keer met de laatste schnaps rond. Of andersom.

Minstens een halve fles namaakamaretto hield ik altijd in mijn touwtjestas, zodat ik op de tocht die voor mij nu pas begon nooit een droge bek zou krijgen. Steevast zwalkte ik dan als eerste naar bar Kptn, waar ik niemand herkende maar iedereen kende. Of andersom.

Als je de trappen van station Warschauerstraße boven bent hoor je Berghain meteen te ruiken. Haar is lichtgroen met paars. Of andersom.

Bij het loket koop je je volgende halveliter voor een euro en je loopt de brug langzaam af terwijl je onderdeel bent van een sketch of drie. Dan duik je rechts naar beneden de zone vol graffiti in, waar de regel geldt dat er geen regels gelden, als je maar een beetje geld regelt. Of andersom.

Althans, in mijn tijd. Nu was het onze tijd. Blijkbaar liep nu niemand meer met de fles bier in de hand. Geen enkele straatmuzikant. Geen homo’s hand in hand. Geen vuilnisbak uitgebrand. Geen ruzie uit de hand. Geen berichten voor in de krant. Geen niks niet aan de hand. Er is niks over, dus het gaat over niks. Of andersom.

Het heeft allemaal geen zin meer, want niemand heeft meer zin.